3.2.4.4.3.4 Kennisconstruerende principes

• Kijkt men naar het kennisconstruerende onderwijsleerproces dan zou Gal’perins benadering betekenen dat de docent de oriëntatie- en probleemanalyse door een groep ondersteunt door te starten vanuit eigen ideeën, ideeën met veel potentie te identificeren en daarop groepen te vormen. Ook ondersteunt de docent de communicatie tijdens de grounding-acti- viteit met een dialoog in plaats van een debat, door bijvoorbeeld ‘good moves’ in de kennis- construerende gesprekken te bevorderen. Daarnaast kan de docent tijdens de verdiepende activiteit het dialogische en constructieve denken bevorderen door tools aan te reiken voor manieren om in bestaande kennis en ervaringen eigen groepsinzichten en argumentaties te vinden waarom bepaalde inzichten, oplossingen, of handelwijzen beter zijn dan bestaande of andere, in de context van bijdragen aan het goede voor de samenleving. Daarbij is het aanreiken van tools als integreren en relaties leggen belangrijk voor de acties van ‘kennis van elkaar bij elkaar te brengen’ en om overstijgingen te realiseren.
• De knowledge building-principes kunnen gezien worden als dergelijke tools om zo’n proces te leiden van collectieve dialoog en kennisconstructie (Scardamalia & Bereiter, 2014; Scarda- malia, 2002). Dit staat in tegenstelling tot het volledig plannen en uitschrijven van een les in lesplannen, of scripts, van minuut tot minuut. Hierin wordt het verschil zichtbaar tussen studenten behandelen als ‘lerenden’ of hen benaderen als ‘onderzoekende gesprekspartners’ die deel uitmaken van een kennisconstruerende community. In het op ‘principes’ gebaseerde, kennisconstruerende onderwijs staat de ontwikkeling van de ‘ideeën’ centraal door te werken aan eigen theorieën, door nieuwsgierigheid, vragen en verwondering (de ‘epistemic agency’ van het kennisconstruerende principe door studenten (Scardamalia, 2002).

Meer weten? Zie Ondersteuning interactie