x.3.1.4 Gereedschap

Het strategisch gereedschap of instrumentarium van een opleider is relatief simpel: vragen, luisteren en reageren, maar dan uiterst beheerst.

Hoe doe ik dat?

  1. U geeft feedback; u koppelt terug en stuurt daarmee bij. Als opleidelingen eigenaar zijn van hun leerproces vragen ze daar zelf om
  2. U stelt vragen; opleiden moet prikkelen tot actief en gericht leren, denken, concentreren en waarnemen. Het stellen van vragen brengt dat proces op gang. Bovendien kunt u als opleider met gerichte vragen doorgronden of de opleideling het hele probleem overziet.
  3. U kunt actief luisteren; als opleider geeft u uw onverdeelde aandacht aan de opleideling en laat u dat door allerlei signalen en gesprekstechnieken duidelijk blijken
  4. U beseft dat het doorbreken van ingesleten gedragspatronen veel tijd en moeite kost, zowel voor opleidelingen maar ook voor docenten, opleiders en zelfs organisaties
  5. U beschikt als opleider over verschillende interventiemogelijkheden om dat proces te vergemakkelijken of te versnellen. Interventies grijpen direct in in de ervaringssfeer van de opleideling, met het doel om de kloof tussen huidig en gewenst gedrag te verkleinen
  6. U beheerst diverse didactische werkvormen, zoals het werken met voorbeelden, rollenspellen, metaforen, provocaties en het meegeven van opdrachten. Interventies kunnen zich ook uitstrekken buiten de grenzen van de formele opleididng. Ze krijgen dan het karakter van action learning: opdrachten in ‘real life’, zoals het aangaan van een gesprek met een lastige klant, het voeren van een slechtnieuwsgesprek of als manager iets van jezelf laten zien tijdens het maandagochtendoverleg.