3.1.4 Checklist

Met deze checklist kan men nagaan of een onderwijsmodule aan de gebruikelijke eisen voldoet.

Hoe doe ik dat?

U checkt op een heldere introductie

  1. De leerdoelen van de module worden vermeld
  2. De leerdoelen zijn helder gesteld
  3. Er wordt een link gelegd met de voorkennis van de gebruiker
  4. Er wordt instructie gegeven over de bediening van het programma

U checkt op een stimulerende opzet 

  1. De opzet van de module houdt je geinteresseerd en nieuwsgierig
  2. De module is uitdagend voor de doelgroep
  3. De module geeft je het gevoel dat je vooruitgang boekt en doelen haalt
  4. Het programma daagt deelnemers uit tot actief leren, het vraagt eigen inbreng

U checkt op meerwaarde

  1. Het behalen van de doelen kan via de module beter dan via andere leerwegen

U controleert op controle

  1. De module biedt de mogelijkheid om op eigen initiatief stukken over te slaan
  2. De module leidt je op logische wijze stap voor stap door de stof
  3. Je kunt zelf je eigen weg door de lesstof bepalen
  4. De module onthoudt waar je je was gebleven wanneer je voortijdig het programma stopt.

U checkt op relevantie

  1. De opdrachten zijn relevant voor het behalen van de doelen van het programma

U controleert de haalbaarheid

  1. Uitvoering van de educatieve activiteiten is haalbaar met de beschikbare bronnen
  2. Uitvoering is haalbaar binnen de beperkte tijd waar deelnemers over beschikken 

U gaat na of er sprake is van feedback

  1. De deelnemer ontvangt feedback
  2. De feedback is inhoudelijk en vertelt waarom iets goed of fout is
  3. De deelnemer krijgt feedback bij foute invoer

U checkt op zelftoetsing 

  1. Het programma biedt mogelijkheden om te toetsen of de doelen zijn behaald of geeft suggesties hoe dit zelf te organiseren.

Meer weten? Zie Autodidact