x.3.1.4.1 Feedback

Feedback of terugkoppeling maakt het mogelijk om gedrag af te stemmen en/of bij te sturen. 

Hoe doe ik dat?

  1. U formuleert uw feedback positief; naast inhoudeljk correct moet feedback acceptabel zijn. Als opleider geeft u overigens op een ander niveau feedback dan als adviseur. De adviseur komt met oplossingen en een plan van aanpak. De opleider beperkt zich doorgaans tot een  plan van aanpak waarmee de opleideling zelf op zoek kan gaan naar de oplossing
  2. U maakt een onderscheidt tussen drie feedbackniveaus: single loop (alleen 
    feedback op het gedrag), double loop (stilstaan en herkaderen van de opvattingen die aan het gedrag ten grondslag liggen) en triple loop (stilstaan bij het maken van keuzes over het gewenste gedrag)
  3. U geeft geen kritiek op fouten uit het verleden, maar kijkt hoe het in de toekomst beter kan. Kortom, u gebruikt het feedforward-principe, bij voorkeur in het openbaar waarbij medewerkers zelf vertellen hoe zij zich gaan verbeteren.

Meer weten? Zie ELO-Communicatie: B. 2.3.2 Feedback geven